klik hier voor een printvriendelijke versie

Voorstelling

Het tijdsbudgetonderzoek met dagboekregistratie probeert het alledaagse handelen van mensen op een zo getrouw mogelijke manier in kaart te brengen. In een tijdsbestedingsonderzoek wordt aan de respondenten gevraagd alle gestelde handelingen en hun tijdstippen te noteren in een dagboekje. Daarnaast wordt meestal ook nog extra informatie over de gestelde activiteit gevraagd, zoals met wie men de activiteit deed, waar de activiteit plaatsvond,...

De tijdsbestedingsonderzoeken uit 1999 en 2005 zijn een eerste schakel in een mogelijk langere reeks waarin de tijdsbesteding van Belgen in vergelijkend perspectief kan bestudeerd worden. Voordien bestond er geen systematisch onderzoek naar tijdsbesteding in België.

De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie voerde zowel in 1999 en als in 2005 het veldwerk uit. Zij was verantwoordelijk voor de steekproefvoorbereiding, de verzameling van de tijdsbestedingsdata, de afname van een individuele en gezinsenquête en een eerste kwaliteitscontrole.

De valorisatie van deze gegevens werd gerealiseerd binnen het kader van het AGORA-programma van het Federaal Wetenschap Beleid en werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel, zowel voor de gegevens van 1999 (Project AG/03/034) als voor 2005 (project AG/00/133).

De onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel stond in voor de cleaning en de organisatie van de databanken en een eerste valorisatie van de gegevens.

Het Federaal Wetenschapsbeleid voorzag in de middelen voor een onderzoeker om de databanken op orde te stellen (DWTC-project AG/00/133 - databank 2005 & DWTC-project AG/03/034 - databank 1999).

De onderzoeksmethode van beide onderzoeken is ongeveer dezelfde. Net als in 1999 werd het tijdsbestedingsonderzoek in 2005 gekoppeld aan het huishoudbudgetonderzoek van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie.

Voor het huishoudbudgetonderzoek hielden de toevallig geselecteerde gezinnen een maand lang hun uitbestedingen en inkomsten bij. Volgend op de registratiemaand van het huishoudbudgetonderzoek vulden de gezinsleden van 12 jaar of ouder hun tijdsbestedingsdagboekjes in. Het dagboekje vormt het voornaamste meetinstrument bij dit tijdsbudgetonderzoek.

De registratiewijze in het 2005-onderzoek is onveranderd gebleven ten opzichte van 1999. Net als toen werd geopteerd om het tijdsbudgetonderzoek uit te voeren volgens de EUROSTAT-richtlijnen. Deze volgt de 10-minuten registratiemethode. Elke dag in het dagboekje is ingedeeld in episodes van 10 minuten waarbinnen de respondenten vrij hun tijdsbesteding omschrijven. Elke episode van 10 minuten dient de respondent te noteren welke activiteit hij stelde, eventueel opgedeeld in een hoofd- en nevenactiviteit. De respondent dient te vermelden waar de activiteit zich afspeelt als het niet thuis is of als het niet duidelijk blijkt uit de omschreven activiteit. Bij verplaatsingen moet ook het (/de) verplaatsingsmiddel(en) opgegeven worden. Naast de beschrijving van de hoofdactiviteit, de eventuele nevenactiviteit, plaats en vervoersmiddel werd ook gevraagd naar de aanwezigheid van anderen tijdens het stellen van de activiteit. Hoe de registratie precies gebeurt kan u bekijken in een voorbeeld dagboekje.

In de EUROSTAT-richtlijnen wordt geopteerd voor het vrij noteren van de handelingen door de respondent. Achteraf worden de beschreven activiteiten gecodeerd in 272 activiteitencodes, zowel voor de primaire als de secundaire handelingen. De activiteitenlijst van 1999 werd voor 2005 waar nodig aangevuld met extra activiteiten om maatschappelijke veranderingen weer te geven (vb. computergebruik) en een aantal activiteitencodes werd verder opgesplitst om gedetailleerdere informatie te bekomen (vb. lezen werd opgesplitst in 3 categorieën: boeken, kranten of tijdschriften lezen). De vergelijkbaarheid met het onderzoek uit 1999 komt hierdoor niet in gedrang. U kunt de volledige activiteitenlijst hier downloaden.

De dagboekregistratie werd gekoppeld aan twee vragenlijsten: een gezins- en een individuele vragenlijst. Beide vragenlijsten werden afgenomen door een enquêteur in het kader van de huishoudbudgetenquête. De individuele vragenlijst bevat naast informatie over socio-demografische variabelen ook informatie over de werksituatie, het inkomen, de gezondheidssituatie en de vrijetijdsbestedingen. De gezinsvragenlijst bevat informatie over de woning, periodieke uitgaven, duurzame goederen, kinderopvang en informatie over hulp aan het gezin. De vragenlijsten in 1999 en 2005 zijn voor de meest essentiële variabelen vergelijkbaar. U kan hier de individuele vragenlijst en de vragenlijst voor de huishoudens downloaden.

Het tijdsbudgetonderzoek uit 1999 liep van december 1998 tot en met januari 2000, het tijdsbestedingsonderzoek uit 2005 liep van januari 2005 tot de eerste weken van januari 2006. Telkens vond de tijdsregistratie plaats tijdens de maand die volgt op de referentiemaand van de huishoudbudgetenquête. De registratiemaanden werden op gezinsniveau gelijk gespreid over de veldwerkperiode.

U vindt een beschrijving van de projecten van 1999 en 2005 op de website van het Federaal Wetenschaps Beleid:
Project 1999:
www.belspo.be/belspo/fedra/proj.asp?l=nl&COD=AG/DD/34
Project 2005:
www.belspo.be/belspo/fedra/proj.asp?l=nl&COD=AG/II/133

De onderzoeksmethodologie en de onderzoeksinstrumenten worden gedetailleerd beschreven in het technisch rapport. Het technische rapport beschrijft het onderzoek van 2005 en refereert naar het onderzoek van 1999. Meer informatie over het onderzoek uit 1999 kunt u vinden in: GLORIEUX, I. & J. VANDEWEYER, Tijdsbestedingonderzoek 1999 - Deel A: naar gewest, leeftijd , context en geslacht, Deel B: naar opleidingsniveau, arbeidssituatie, gezinssituatie en geslacht. Reeks Tijds- en vrijetijdsbesteding, Nationaal Instituut voor de Statistiek, Brussel, 2002.