Voorstelling

Het tijdsbudgetonderzoek met dagboekregistratie probeert het alledaagse handelen van mensen op een zo getrouw mogelijke manier in kaart te brengen. In een tijdsbestedingsonderzoek wordt aan de respondenten gevraagd alle gestelde handelingen en hun tijdstippen te noteren in een dagboekje. Daarnaast wordt meestal ook nog extra informatie over de gestelde activiteit gevraagd, zoals met wie men de activiteit deed, waar de activiteit plaatsvond,...

De AD Statistiek voerde zowel in 1999, 2005 en als in 2013 het veldwerk uit. Zij was verantwoordelijk voor de steekproefvoorbereiding, de verzameling van de tijdsbestedingsdata, de afname van een individuele en gezinsenquête en een eerste kwaliteitscontrole.

De cleaning en de valorisatie van deze gegevens werd gerealiseerd binnen het kader van het BRAIN-programma (voorheen AGORA-projecten) van het Federaal Wetenschap Beleid en werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Onderzoeksopzet

Het tijdsbudgetonderzoek werd uitgevoerd volgens de EUROSTAT-richtlijnen. Deze volgt de 10-minuten registratiemethode. Elke dag in het dagboekje is ingedeeld in episodes van 10 minuten waarbinnen de respondenten vrij hun tijdsbesteding omschrijven. Elke episode van 10 minuten dient de respondent te noteren welke activiteit hij stelde, eventueel opgedeeld in een hoofd- en nevenactiviteit, als ook de plaats of het eventueel vervoersmiddel dat gebruikt werd tijdens een verplaatsing. Naast de beschrijving van de hoofdactiviteit, de eventuele nevenactiviteit, plaats en vervoersmiddel werd ook gevraagd naar de aanwezigheid van anderen tijdens het stellen van de activiteit. 

In de EUROSTAT-richtlijnen wordt geopteerd voor het vrij noteren van de handelingen door de respondent. Achteraf worden de beschreven activiteiten gecodeerd in activiteitencodes, zowel voor de primaire als de secundaire handelingen en de plaats/het vervoersmiddel. De activiteitenlijst van 1999 werd voor 2005 - waar nodig - aangevuld met extra activiteiten om maatschappelijke veranderingen weer te geven (vb. computergebruik). In 2013 werden de nieuwe EUROSTAT-richtlijnen van 2008 toegepast en werd het aantal unieke activiteitencodes uitgebreid tot 415. De vergelijkbaarheid van de verschillende onderzoeken komt hierdoor niet in gedrang.

De dagboekregistratie werd gekoppeld aan twee vragenlijsten: een gezins- en een individuele vragenlijst. Beide vragenlijsten werden in 1999 en 2005 afgenomen door een enquêteur in het kader van de huishoudbudgetenquête (HBO). In 2013 werd het tijdsbestedingsonderzoek voor de eerste maal gekoppeld aan de Enquête naar de arbeidskrachten (Labor Force Survey). Een subsample van deze enquête werd uitgenodigd deel te nemen aan het tijdsbestedingsonderzoek. De individuele vragenlijst bevat naast informatie over socio-demografische variabelen ook informatie over de werksituatie, het inkomen, de gezondheidssituatie en de vrijetijdsbestedingen. De gezinsvragenlijst bevat informatie over de woning, periodieke uitgaven, duurzame goederen, kinderopvang en informatie over hulp aan het gezin. De vragenlijsten in 1999, 2005 en 2013 zijn voor de meest essentiële variabelen vergelijkbaar. 

Het tijdsbudgetonderzoek uit 1999 liep van december 1998 tot en met januari 2000, het tijdsbestedingsonderzoek uit 2005 liep van januari 2005 tot de eerste weken van januari 2006. Telkens vond de tijdsregistratie plaats tijdens de maand die volgt op de referentiemaand van de huishoudbudgetenquête. Het tijdsbestedingsonderzoek van 2013 liep van januari 2013 tot februari 2014. Hierbij vond de registratie plaats onmiddellijk na het invullen van de Enquête naar de arbeidskrachten. Een algoritme werd ontwikkeld om tijdens de veldwerkperiode de verschillende registratiedagen zo gelijk mogelijk te spreiden over de verschillende dagen van de week en over de verschillende maanden van het jaar. Alle leden van hetzelfde gezin vulden dezelfde twee registratiedagen in.