Variabelen

Regio

  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • Vlaams Gewest
  • Waals Gewest

Bevraging

De regio was bekend via de steekproefprocedure van Statistics Belgium.

Hercodering

De indeling op basis van het rijksregister werd integraal behouden en vermeldt in welke regio de respondenten gedomicilieerd zijn.

Geslacht

  • Man
  • Vrouw

Bevraging

In de vragenlijst werd naar het geslacht van de respondent gevraagd.

Hercodering

De indeling op basis van de vragenlijst werd integraal behouden.


Leeftijd

  • 12 tot en met 17 jaar
  • 18 tot en met 24 jaar
  • 25 tot en met 39 jaar
  • 40 tot en met 54 jaar
  • 55 tot en met 64 jaar
  • 65 tot en met 75 jaar
  • 76+ jaar

Bevraging

Het geboortejaar was bekend via de steekproefprocedure van Statistics Belgium.

Hercodering

De indeling in bovenstaande categorieën geeft belangrijke stadia in de levensloop aan. Tot de eerste groep, 12 tot en met 17 jarigen, behoren de jongeren die nog schoolplichtig zijn. Bij de groep 18 tot 24 jarigen, gaat een deel nog naar school en die vaak ook nog thuis inwonen. De groep van 25 tot 39 jaar beschouwen we als de fase waarin vele mensen een huishouden vormen, een carrière uitbouwen en kinderen krijgen. De volgende levensfase (40-54 jaar) is een fase waarin het huishouden een vaste vorm heeft gekregen, men reeds een min of meer stabiele arbeidspositie heeft bereikt en de kinderen zijn opgegroeid. De groep van 55 tot 64 jaar zijn diegenen waar de gezinslasten een stuk minder zijn omdat de kinderen uit huis zijn en waarvan een beperkt deel zich nog op de arbeidsmarkt bevindt. Een voorlaatste groep (van 65 tot 75 jaar) die onderscheiden wordt, is de levensfase na de (eventuele) beroepsarbeid. De 75-plussers zijn de oudste leeftijdsgroep uit onze steekproef.


Onderwijsniveau (voltooid)

  • Lager (geen diploma)
  • Lager middelbaar
  • Hoger middelbaar
  • Hoger niet-universitair
  • Universitair

Bevraging

Aan al diegenen die niet langer onderwijs volgen, werd in de individuele vragenlijst gevraagd naar het hoogste jaar onderwijs dat men met succes heeft beëindigd.

Hercodering

Het opleidingsniveau werd gehercodeerd tot 5 categorieën: (1) lager (geen diploma), (2) lager middelbaar (3 of 4 jaar geslaagd), (3) hoger middelbaar onderwijs (alle jaren geslaagd), (4) niet-universitair hoger en (5) universitair. 


Werkend

  • Werkend
  • Niet werkend

Bevraging

In de vragenlijst wordt gepeild naar de huidige beroepstoestand.

Hercodering

Onder de hoofding 'niet werkend' ressorteren zowel respondenten die uitkeringsgerechtigd werkloos zijn als de studenten, respondenten op zoek naar een eerste werk, met ziekte of bevallingsverlof, met volledig verlof zonder wedde of loopbaanonderbreking, arbeidsongeschikt, met pensioen of respondenten die niet werken of voor het huishouden zorgen.


Arbeidssituatie (3 categorieën)

  • Niet werkend
  • Deeltijds werkend
  • Voltijds werkend

Bevraging

In de vragenlijst werd gepeild naar de huidige beroepstoestand. Indien men betaald werk verricht, werd er gevraagd of men dit beroep deeltijds of voltijds verricht. Zelfstandigen worden automatisch bij de voltijds werkenden gerekend

Hercodering

Onder de hoofding ‘niet werkend’ ressorteren zowel respondenten die uitkeringsgerechtigd werkloos zijn als de studenten, respondenten op zoek naar een eerste werk, met ziekte of bevallingsverlof, met volledig verlof zonder wedde of loopbaanonderbreking, arbeidsongeschikt, met pensioen of respondenten die niet werken of voor het huishouden zorgen. Tot de deeltijds en voltijds werkenden behoren ook werkenden die werkzaam zijn via specifieke regionale en federale statuten.


Arbeidssituatie (5 categorieën)

  • Studerend, schoolgaand
  • Deeltijds werkend
  • Voltijds werkend
  • Niet werkend
  • Gepensioneerd

Bevraging

In de vragenlijst wordt gepeild naar de huidige beroepstoestand. Indien men als loontrekkende betaald werk verricht, wordt ook gevraagd of men deeltijds of voltijds werkt. Zelfstandigen worden automatisch bij de voltijds werkenden gerekend.

Hercodering

Bij deze variabele wordt de arbeidssituatie nog verder uitgediept van 3 (zie: arbeidssituatie - 3 categorieën) naar 5 categorieën. Onder de hoofding 'niet werkend' ressorteren nu enkel respondenten die uitkeringsgerechtigd werkloos zijn of op zoek naar een eerste job, met ziekte- of bevallingsverlof, met volledig verlof zonder wedde of loopbaanonderbreking of arbeidsongeschikt of respondenten die niet werken of voor het huishouden zorgen. De studenten en gepensioneerden behoren bij deze uitgebreidere variabele niet meer tot de categorie 'niet werkend' maar worden elk ondergebracht in afzonderlijke categorieën.


Verdienerstype

  • Student inwonend bij ouder(s)
  • Alleenstaande werkende
  • Alleenstaande niet-werkende
  • Niet-werkend koppel
  • Eénverdienersgezin
  • Tweeverdienersgezin

Bevraging

Informatie over de eigen beroepssituatie, het al dan niet hebben van een inwonende partner en de beroepssituatie van die partner, werd gecombineerd voor de aanmaak van deze variabele.

Hercodering

Onder de eerste categorie classificeren we personen die schoolgaand zijn én nog bij hun ouders inwonen. 'Niet werkenden' zijn zij die uitkeringsgerechtigd werkloos zijn, op zoek naar een eerste werk, met ziekte of bevallingsverlof, met volledig verlof zonder wedde of loopbaanonderbreking, arbeidsongeschikt, met pensioen of zij die niet werken of voor het huishouden zorgen. Tot de werkenden behoren ook D.A.C., GESKO, RVA-stage, PWA of interim.

Wanneer zowel de respondent als de partner die bij de respondent woont betaald werk hebben, behoort de respondent tot een tweeverdienersgezin. Indien een respondent betaald werk heeft en zijn partner heeft dat niet, dan behoort deze respondent tot een éénverdienersgezin. Indien zowel de respondent als diens partner geen betaald werk verrichten dan behoren zij tot de categorie ‘niet-werkend koppel’. Verder zijn er nog twee categorieën die betrekking hebben op respondenten geen inwonende partner hebben. Diegenen die werken worden onderverdeel in de categorie ‘alleenstaande werkende’, diegenen die niet werken in de categorie ‘alleenstaande niet-werkende’.


Gezinssituatie

  • Inwonend bij ouder(s)
  • Alleenwonend
  • Eenoudergezin
  • Met partner zonder kinderen
  • Met partner met kinderen

Bevraging

In de gezinsvragenlijst wordt gevraagd om alle gezinsleden op te sommen, samen met hun relatie tot de referentiepersoon. De referentiepersoon van het gezin is diegene die het grootste aandeel bijdraagt tot het gezinsinkomen. Met gezin bedoelen we de mensen die samen met de respondent onder één dak wonen.

Hercodering

De variabele wordt gehercodeerd op basis van de relatie van elk gezinslid tot de andere gezinsleden. Een eerste categorie bevat respondenten die nog bij hun ouders inwonen. Deze respondenten hebben geen (inwonende) partner en geen (inwonende) kinderen. Een tweede categorie respondenten woont helemaal alleen. Een derde categorie woont niet samen met een partner, maar heeft wel inwonende kinderen. Een vierde categorie woont samen met een partner, maar heeft geen inwonende kinderen. Een laatste categorie woont ook samen met een partner maar heeft wel inwonende kinderen.


Leeftijd jongste kind

  • Inwonend bij ouder(s)
  • Geen kinderen of ouder dan 25
  • Jongste jonger dan 7
  • Jongste kind tussen 7 en 25

Bevraging

In 1999 en 2005 werd er via de vragenlijst gevraagd of men kinderen heeft, hoeveel van die kinderen nog inwonen en het geboortejaar van de inwonende kinderen. In 2013 werd dit anders bevraagd en vroeg men de relatie tot elk lid van het huishouden te specificeren alsook de leeftijd van deze perso(o)n(en) aan te geven.

Hercodering

Er werd gekozen voor een indeling waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen respondenten zonder inwonende kinderen jonger dan 25 jaar, respondenten waarvan het jongste kind jonger dan 7 is en respondenten waarvan het jongste kind tussen 7 en 25 jaar is. Kinderen die zelf nog bij hun ouders wonen zijn terug te vinden in de categorie 'inwonend bij ouder(s)'.

Opmerking: geen inwonende kinderen kan betekenen dat men wel kinderen heeft, maar dat ze niet (langer) thuis wonen.